Wikia



MoniBAS Preproc is het algoritme dat Rijkswaterstaat gebruikt om de (MoniCa) gegevens van het hoofdwegennet te controleren op ontbrekende data. In de module Prepoc worden deze gaten opgevuld op basis van eerder ontvangen data.

InleidingEdit

Om een voorbeeld te geven van het Aanvullen en corrigeren van ruwe data in de praktijk, beschrijft dit artikel hoe in de module Prepoc van Monibas snelheden en intensiteiten per meetraai berekent. Monibas is een algoritme dat in een eerste stap (Preproc) ruwe meetdata controleert op ontbrekende data en aggregeert naar rijbaan niveau. In een tweede stap worden reistijden en filelengtes berekend. De meetgegevens betreffen zowel lusgegevens (intensiteiten en snelheden) als beeldstanden op de matrixborden. In dit artikel wordt alleen ingegaan op het onderdeel waarbij lusgegevens gecorrigeerd en aangevuld worden.

Ruwe MoniCa data wordt verstuurd in de vorm van zogenaamde ADY-bestanden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de TSW (TopSimoneWaarnemingspunt) en TLP (TussendLiggendPunt) gegevens op de trajecten waar MTM aanwezig is, en van RSW (RijStrookWaarnemingspunt) gegevens waar alleen Monitoring aanwezig is. De beeldstanden van matrixsignaalgevers zijn alleen aanwezig voor de TSW, aangezien op trajecten met alleen monitoring (RSW) geen signalering aanwezig is en bij de TLP’s geen portaal met signaalgevers aanwezig is. Voor de RSW gegevens zijn intensiteit en snelheid gegevens per rijstrook per voertuigcategorie beschikbaar en voor de TSW en TLP gegevens alleen per rijstrook, niet uitgesplitst naar voertuigcategorie. De status van de meetpunten is in beide gevallen per rijstrook beschikbaar.

Op niveau van een waarnemingspuntEdit

Er zijn twee types waarnemingspunten binnen Monibas, waarvan de snelheid en intensiteit per waarnemingspunt op een verschillende manier worden verwerkt: RSW en TSW/TLP. Voor beide types waarnemingspunten wordt hieronder beschreven hoe informatie wordt verwerkt en op welke manier daarbij rekening wordt gehouden met statusinformatie van de detector. ADY-bestanden, die ouder zijn dan reeds verwerkte ADY-bestanden maar later binnenkomen, worden niet meer verwerkt en dus als ontbrekend beschouwd.

RWS waarnemingspuntEdit

Snelheid: In principe wordt de snelheid van een waarnemingspunt gelijk gesteld aan de snelheid uit de laatste minuut. Als de snelheid ontbreekt, dan blijft de ‘oude’ snelheid staan. Met andere woorden: aanvulling vindt allereerst plaats door de ‘oude’ snelheid voor hetzelfde waarnemingspunt te gebruiken. De snelheid is maximaal drie minuten oud.

Stel: de waarneemduur van de snelheid is groter of gelijk aan de minimaal vereiste waarneemduur en de detector is betrouwbaar. Dan is de snelheid van het waarnemingspunt gelijk aan de som van de intensiteit, maal de snelheid bepaald over alle voertuigcategorieën, gedeeld door de som van de intensiteiten bepaald over alle voertuigcategorieën. Ofwel, de snelheid van het waarnemingspunt is de intensiteitsgewogen rekenkundig snelheid. Bij RWS waarnemingspunten vindt intensiteitsgewogen rekenkundige middeling plaats om - op basis van snelheden per voertuigcategorie - een snelheid voor het waarnemingspunt te bepalen. De middeling is hier rekenkundig omdat voor snelheden van individuele voertuigenwaarnemingen voor een TSW/TLP-waarnemingspunt, ook het rekenkundig gemiddeld wordt genomen om tot een snelheid voor zo’n waarnemingspunt te komen. Let op dat de snelheid per meetraai het intensiteitsgewogen harmonische gemiddelde van snelheden van waarnemingspunten in de meetraai is (zie verderop). De vraag is of intensiteitsgewogen harmonisch middelen van waarnemingspuntsnelheden tot raaisnelheid nog zinvol is, als op voor een waarnemingspunt het rekenkundig gemiddelde bepaald is over snelheden van individuele voertuigen.

De snelheid van een waarnemingspunt wordt ‘ingeklemd’ door de minimaal en de maximaal toegelaten snelheid. Het woord ‘ingeklemd’ betekent in dit verband dat de snelheid van het waarnemingspunt gelijk gesteld wordt aan:

  • minimaal toegelaten snelheid indien de snelheid van het waarnemingspunt kleiner is dan de minimaal toegelaten snelheid (1.2 km/h);
  • maximaal toegelaten snelheid indien de snelheid van het waarnemingspunt groter is dan de maximaal toegelaten snelheid (190 km/h).

Op deze manier wordt de snelheid binnen een zekere bandbreedte gehouden. Inklemmen vindt vanzelfsprekend alleen plaats als er een waarde voor de snelheid ongelijk aan nul uit het ADY-bestand komt.

Intensiteit: In principe wordt de intensiteit van een waarnemingspunt gelijk gesteld aan de intensiteit uit de laatste minuut. Als de intensiteit ontbreekt, dan blijft de ‘oude’ intensiteit staan. Dus: aanvulling vindt allereerst plaats door de ‘oude’ intensiteit voor hetzelfde waarnemingspunt te gebruiken. De intensiteit is maximaal twee minuten oud.

Bij de bepaling van de intensiteit van een waarnemingspunt wordt gebruik gemaakt van de intensiteiten per voertuigcategorie, het aantal onvolledige passages, het aantal onbetrouwbare passages en de waarneemduur van de intensiteit. Als de waarneemduur van de intensiteit groter of gelijk is aan de minimaal vereiste waarneemduur en de detector is betrouwbaar, dan wordt eerst de hulpvariabele istr bepaald als de som van de intensiteiten over alle voertuigcategorieën. De intensiteiten per voertuigcategorie zijn uurintensiteiten. De som van de intensiteiten over alle voertuigcategorieën wordt nu eerst gedeeld door 60 om tot minuutintensiteit te komen. Vervolgens wordt bij deze minuutintensiteit het volgende opgeteld:

  • aantal onvolledige passages maal een gewichtsfactor (0.98);
  • aantal onbetrouwbare passages maal een gewichtsfactor (0.5);
  • aantal onbetrouwbare passages maal een gewichtsfactor (0.3) en een getal dat de verhouding uitdrukt tussen waarneemduur van de snelheid en de intensiteit (1- waarneemduur van de snelheid / waarneemduur van de intensiteit).

Het geheel wordt vervolgens gedeeld door de waarneemduur van de intensiteit. In de huidige situatie komen alleen 0s en 60s als waarneemduur voor. Omdat de oorspronkelijke uurintensiteit gedeeld is door 60 en door de waarneemduur, moet met 3600 worden vermenigvuldigd om opnieuw tot uurintensiteit te komen.

TSW/TLP waarnemingspuntEdit

Bij de verwerking van een TSW/TLP waarnemingspunt wordt allereerst gekeken of een strook afgekruist is. Als dit het geval is, wordt de snelheid van het waarnemingspunt op ‘missing’ gezet en de intensiteit van het waarnemingspunt op nul.

Snelheid: In principe worden de snelheid van een waarnemingspunt gelijk gesteld aan de snelheid uit de laatste minuut. Als de snelheid ontbreekt, dan blijft de ‘oude’ snelheid staan. Dus: aanvulling vindt allereerst plaats door de ‘oude’ snelheid voor hetzelfde waarnemingspunt te gebruiken. De snelheid is maximaal drie minuten oud.

Als de detectorstatus en communicatiestatus oké zijn, dan is de snelheid van het waarnemingspunt gelijk aan de snelheid uit het ADY-bestand. Als de waarneemduur van de snelheid nul is, de snelheid zelf nul is, de snelheid onbetrouwbaar is, er geen voertuigen gepasseerd zijn, snelheidsbepaling onmogelijk was of de snelheid nog op de initiële waarde (code uit waarnemingspunt) staat, dan blijft de snelheid van het waarnemingspunt op zijn ‘oude’ waarde staan.

Ook hier wordt de snelheid van het waarnemingspunt ‘ingeklemd’ door de minimaal en de maximaal toegelaten snelheid. Het woord ‘ingeklemd’ betekent in dit verband dat de snelheid van het waarnemingspunt gelijk gesteld wordt aan:

  • minimaal toegelaten snelheid indien de snelheid van het waarnemingspunt kleiner is dan de minimaal toegelaten snelheid (1.2 km/h);
  • maximaal toegelaten snelheid indien de snelheid van het waarnemingspunt groter is dan de minimaal toegelaten snelheid (190 km/h).

Inklemmen vindt vanzelfsprekend alleen plaats als er een waarde voor de snelheid ongelijk aan nul uit het ADY-bestand komt.

Intensiteit: In principe wordt de intensiteit van een waarnemingspunt gelijk gesteld aan de intensiteit uit de laatste minuut. Als de intensiteit ontbreekt, dan blijft de ‘oude’ intensiteit staan. Ook hier geldt dus dat aanvulling allereerst plaatsvindt door de ‘oude’ intensiteit voor hetzelfde waarnemingspunt te gebruiken. De intensiteit is maximaal twee minuten oud.

Als de waarneemduur van de intensiteit nul is of intensiteitsbepaling niet mogelijk is, dan blijft de intensiteit van het waarnemingspunt op zijn oude waarde staan. Dat wil zeggen ‘missing’ of de waarde van maximaal twee minuten geleden. Als een rijstrook buiten gebruik is of de intensiteit nog op de initiële waarde staat (alleen mogelijk na het opnieuw opstarten van Monibas), dan wordt de intensiteit van het waarnemingspunt op nul gezet.

Op niveau van een meetraaiEdit

Raaisnelheid: De raaisnelheid wordt bepaald als het intensiteitsgewogen harmonisch gemiddelde van de snelheden in de waarnemingspunten in de raai. Daarbij worden waarnemingspunten, waarvan de snelheid ontbreekt, niet meegenomen in de bepaling van het gemiddelde. Als de intensiteit van een waarnemingspunt ontbreekt of gelijk aan nul is, dan wordt voor dat waarnemingspunt gebruik gemaakt van (een fractie van) de gemiddelde strookintensiteit voor de meetraai. Dit kan voorkomen, doordat de snelheid (drie minuten) langer wordt gecompleteerd door ‘oude’ waarden dan de intensiteit (twee minuten). Als van geen enkel waarnemingspunt in de meetraai positieve intensiteiten bekend zijn, dan wordt voor de raaisnelheid het gewone harmonische gemiddelde bepaald. Ten slotte wordt de snelheid per raai op ‘missing’ gezet als van geen enkel waarnemingspunt de snelheid bekend is.

Raai-intensiteit: De raai-intensiteit wordt bepaald als de som van de intensiteiten van de waarnemingspunten in de betreffende meetraai. Als de intensiteit voor één waarnemingspunt in de meetraai ontbreekt, dan wordt deze gelijk verondersteld aan de gemiddelde intensiteit van de overige waarnemingspunten binnen dezelfde meetraai. Indien voor meer dan één strook de intensiteit ontbreekt, dan wordt de intensiteit van de meetraai op ‘missing’ gezet.

Samenvatting aanvulling en aggregatieEdit

Als de module Preproc als geheel wordt bekeken, wordt deze bij het bepalen van raaisnelheid dus op twee manieren aangevuld:

  • per waarnemingspunt op basis van ‘oude’ snelheidwaarden (maximaal drie minuten oud);
  • per meetraai op basis van de gemiddelde snelheidswaarde bepaald over de andere waarnemingspunten in de meetraai. Deze laatste vorm van aanvulling kan gedurende langere tijd optreden (ongelimiteerd). Voorwaarde voor aanvulling is dat er ten minste één waarnemingspunt per meetraai is waarvoor de snelheid beschikbaar is.

Bij het bepalen van de raai-intensiteit wordt op de volgende twee manieren aangevuld:

  • per waarnemingspunt op basis van oude snelheidwaarden (maximaal twee minuten oud);
  • per meetraai op basis van de gemiddelde intensiteitswaarde bepaald over de andere waarnemingspunten in de meetraai. Voorwaarde voor aanvulling is dat er slechts één waarnemingspunt in de meetraai is waarvoor de intensiteit ontbreekt.

Het aanvullen van intensiteiten en snelheden op basis van ‘oude’ waarden is overeenkomstig de wijze van aanvullen zoals die ook voor congestie-aanduidingen en beeldstanden (op de matrixborden) wordt gebruikt.

Het aanvullen van intensiteiten is een aandachtspunt voor afnemers van Monibas in verband met voertuigbalansen. Intern kan in Monibas worden nagegaan of de resulterende raai-intensiteit onbetrouwbaar is. Er is een variabele, die aangeeft van hoeveel stroken in de meetraai de intensiteit ontbreekt. Indien dit wenselijk is, kan de waarde van deze variabele in het uitvoerbestand worden opgenomen (Monibas 2.0).

BronEdit

Sascha Hoogendoorn-Lanser

Ad blocker interference detected!


Wikia is a free-to-use site that makes money from advertising. We have a modified experience for viewers using ad blockers

Wikia is not accessible if you’ve made further modifications. Remove the custom ad blocker rule(s) and the page will load as expected.

Around Wikia's network

Random Wiki