Wikia



Deze bijlage beschrijft de kwaliteit van meetgegevens voor (dynamisch) verkeersmanagement, zoals beschreven in 
Polman, W.,  Voertuigdetectie: wensen en mogelijkheden, AVV Rijkswaterstaat, Rotterdam, 2002.


Kwaliteitsaspecten bij DVM, algemeenEdit

Welke kwaliteitsaspecten voor de toepassing Dynamisch Verkeersmanagement (DVM) opgeld doen, daarvan kunnen op basis van het AVV-onderzoek verschillende indicaties worden gegeven. De eisen zijn wel helder. Bijvoorbeeld: voor intensiteit is in het algemeen een nauwkeurigheid van 99 procent gewenst en is minimaal 98 procent acceptabel. Systematische fouten zijn niet problematisch, omdat die gecorrigeerd kunnen worden. Andere fouten die random optreden zijn niet zo eenvoudig te corrigeren. Voor snelheid is bij DVM in het algemeen een nauwkeurigheid van 2-3 km/h prima. Bij lage snelheden is een grotere nauwkeurigheid noodzakelijk. Bijvoorbeeld 7 km/h in plaats van 10 km/h is nogal een verschil. Onder de 3 km/h maakt het niet zo veel meer uit. Het belangrijkste is dan dat de voltooiing van een passage wordt gemeten.

Kwaliteitsaspecten voor maatregelen waarschuwingEdit

Filedetectie wordt beschouwd als de meest essentiële toepassing van dynamisch verkeersmanagement op dit moment. In eerste instantie was er een vrij complex algoritme bedacht voor de filedetectie, maar daardoor ontstond te vaak vals alarm. Momenteel werkt het systeem met een simpele beslisregel voor het in- en uitschakelen, gebaseerd op de gemeten snelheden. De snelheid waarmee het systeem op de actuele verkeerssituatie kan reageren, is afhankelijk van de afstand tussen de lusparen. Hoe verder die uit elkaar liggen, hoe trager het systeem. Lastig is het indien file ontstaat tussen de lusparen. Een zeer hoge nauwkeurigheid (hoger dan 99 procent) van meting is niet noodzakelijk. Wanneer de instelling op bijvoorbeeld 35 km/h ligt en de filewaarschuwing reeds bij 36 km/h inschakelt, is er eigenlijk geen probleem.

maatregel filewaarschuwing
benodigde variabele primair meetgegeven norm criterium waarde criterium
gemiddelde snelheid snelheid faalkans ~0%
nauwkeurigheid 98-99%
aggregatie in tijd individueel
aggregatie ruimtelijk rijstrook
dichtheid meetlocaties elke 400 m
installatie-eisen hoofdrijbaan en toeritten
intensiteit passage/tijd faalkans ~0%
nauwkeurigheid 98-99%
aggregatie in tijd 1 minuut
aggregatie ruimtelijk rijstrook
dichtheid meetlocaties elke 400 m
installatie-eisen hoofdrijbaan en toeritten

Voor de spookrijderswaarschuwing is het nodig om de verkeerde rijrichting te kunnen detecteren. De spookrijderswaarschuwing moet erg nauwkeurig zijn. Een verkeerde melding zou direct ten koste gaan van de geloofwaardigheid. Er van uitgaande dat een spookrijder niet keert op de hoofdrijbaan, kan worden volstaan met meting op de afritten. De melding kan dan direct aan de spookrijder worden getoond. De overige weggebruikers krijgen deze dan niet te zien. In dit geval kan een valse melding dus geen kwaad.

maatregel: waarschuwing spookrijder
benodigde variabele primair meetgegeven norm criterium waarde criterium
rijrichting passage+tijd faalkans 1-2%
nauwkeurigheid 95%
aggregatie in tijd Individueel
aggregatie ruimtelijk Rijstrook
dichtheid meetlocaties Elke 200 m
installatie-eisen specifiek: alleen afritten

Incidentwaarschuwingen vragen om een hogere meetdichtheid dan de andere waarschuwingen.

maatregel: waarschuwing incident
benodigde variabele primair meetgegeven norm criterium waarde criterium
stilstaand voertuig faalkans ~0%
nauwkeurigheid 98-99%
aggregatie in tijd individueel
aggregatie ruimtelijk rijstrook
dichtheid meetlocaties elke 75 m
installatie-eisen hoofdrijbaan

Weersomstandigheden waarvoor de weggebruiker ten behoeve van (onder meer) de verkeersveiligheid wordt gewaarschuwd, zijn vooral mist, wind en gladheid. Voor mistwaarschuwing is een relatief hoge dichtheid van de meetlocaties nodig, dit in tegenstelling tot waarschuwingen voor wind en gladheid. Vijfhonderd meter is noodzakelijk om te voorkomen dat de weggebruiker essentiële informatie mist of dat overbodige informatie wordt getoond. Het is overigens moeilijk om betrouwbaarheid te garanderen in verband met lokale omstandigheden die de meting bepalen. Om deze reden is geen landelijk waarschuwingssysteem voor weersomstandigheden ingevoerd.


maatregel: waarschuwing weersomstandigheden
benodigde variabele primair meetgegeven norm criterium waarde criterium
gladheid gladheid faalkans ~1-2%
nauwkeurigheid 98-99%
aggregatie in tijd 5 minuten
aggregatie ruimtelijk doorsnede
dichtheid meetlocaties elke 3 km
installatie-eisen hoofdrijbaan+toeritten
wind wind faalkans 5%
nauwkeurigheid 95%
aggregatie in tijd
aggregatie ruimtelijk doorsnede
dichtheid meetlocaties elke 3 km
installatie-eisen hoofdrijbaan+toeritten
mist mist faalkans ~1-2%
nauwkeurigheid 95%
aggregatie in tijd 5 minuten
aggregatie ruimtelijk doorsnede
dichtheid meetlocaties elke 500 m
installatie-eisen specifieke locatie

Kwaliteitseisen voor geleiden IEdit

Voor alle traject-gerelateerde geleidingsmaatregelen wordt volstaan met het meten van snelheid en intensiteit, met uitzondering van het dynamisch inhaalverbod voor vrachtverkeer.

maatregel/-categorie geleiden 1: homogeniseren, dynamische snelheidslimieten
benodigde variabele primair meetgegeven norm criterium waarde criterium
gemiddelde snelheid snelheid uitvalpercentage 5%
nauwkeurigheid 95%
aggregatie in tijd 1 minuut
aggregatie ruimtelijk rijbaan
dichtheid meetlocaties elke 500 m
installatie-eisen alleen hoofdrijbaan
snelheidsverdeling snelheid uitvalpercentage 1-2%
nauwkeurigheid 95%
aggregatie in tijd 1 minuut
aggregatie ruimtelijk rijbaan
dichtheid meetlocaties elke 500 m
installatie-eisen alleen hoofdrijbaan
intensiteit en passage/tijd uitvalpercentage 5%
dichtheid nauwkeurigheid 95%
aggregatie in tijd 1 minuut
aggregatie ruimtelijk rijbaan
dichtheid meetlocaties elke 500 m
installatie-eisen alleen hoofdrijbaan

Het is moeilijk om te bepalen wat nodig is voor deze geleidingsmaatregelen. Er zitten namelijk veel stappen tussen het meten en het aansturen van maatregelen, bijvoorbeeld ook een dynamisch model. De belangrijkste meetgrootheid is de dichtheid (passage + tijd), daarna komen snelheid en intensiteit aan de orde.

Uit het project DYVERS (dynamische verlaging snelheden) bleken onder meer de volgende zaken:

  • een hoger uitvalpercentage is acceptabel; bij uitval is er niets ernstigs aan de hand;
  • een lagere nauwkeurigheid is ook nog acceptabel;
  • een aggregatieniveau van 2 minuten is nodig;
  • soms wil men intensiteiten meten op de toeritten, bijvoorbeeld om te compenseren voor slechte metingen op de hoofdrijbaan (weefvakken).

Kwaliteitseisen voor geleiden IIEdit

Hieronder vallen lokale geleidingsmaatregelen als snelheidsdekens, opzwaaien, blokrijden.

maatregel/-categorie geleiden 2: blokrijden, opzwaaien, snelheidsdeken
benodigde variabele primair meetgegeven norm criterium waarde criterium
gemiddelde snelheid snelheid uitvalpercentage 5%
nauwkeurigheid 95%
aggregatie in tijd 5 minuten
aggregatie ruimtelijk rijbaan
dichtheid meetlocaties elke 3 km
installatie-eisen alleen hoofdrijbaan
snelheidsverdeling snelheid uitvalpercentage 5%
nauwkeurigheid 95%
aggregatie in tijd 5 minuten
aggregatie ruimtelijk rijbaan
dichtheid meetlocaties elke 3 km
installatie-eisen alleen hoofdrijbaan
intensiteit en passage/tijd uitvalpercentage 5%
dichtheid nauwkeurigheid 95%
aggregatie in tijd 5 minuten
aggregatie ruimtelijk rijbaan
dichtheid meetlocaties elke 3 km
installatie-eisen alleen hoofdrijbaan

Kwaliteitseisen voor geleiden III (DIVV)Edit

Met het dynamisch inhaalverbod voor vrachtverkeer wordt, afhankelijk van de situatie op de weg, een inhaalverbod voor vrachtverkeer ingeschakeld. Het dynamisch inhaalverbod voor vrachtverkeer, zoals dat op de A2 in Limburg gaat werken, heeft de volgende informatie nodig:

  • intensiteit (voertuigen) per voertuigcategorie;
  • gemiddelde snelheid (km/h).

Op basis van deze gegevens wordt aan de hand van een set beslisregels vastgesteld of het DIVV in- dan wel uitgeschakeld moet worden. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een snelheidscriterium, intensiteitscriterium en vrachtverkeerintensiteitscriterium. Tevens wordt een afvlakking uitgevoerd op de geleverde MONICA-bestanden.

maatregel/-categorie geleiden III: dynamisch inhaalverbod vrachtverkeer
benodigde variabele primair meetgegeven norm criterium waarde criterium
categorie-indeling asafstand/lengte uitvalpercentage 1-2%
nauwkeurigheid 98-99%
aggregatie in tijd 1 minuut
aggregatie ruimtelijk rijstrook
dichtheid meetlocaties elke 500 m
installatie-eisen alleen hoofdrijbaan
gemiddelde snelheid snelheid uitvalpercentage 1-2%
nauwkeurigheid 98-99%
aggregatie in tijd 1 minuut
aggregatie ruimtelijk rijstrook
dichtheid meetlocaties elke 500 m
installatie-eisen alleen hoofdrijbaan
intensiteit passage uitvalpercentage 1-2%
nauwkeurigheid 98-99%
aggregatie in tijd 1 minuut
aggregatie ruimtelijk rijstrook
dichtheid meetlocaties elke 500 m
installatie-eisen alleen hoofdrijbaan

Kwaliteitseisen voor regelen (TDI/VRI)Edit

Het doel van een toeritdoseerinstallatie is om de voertuigverliesuren zo veel mogelijk te reduceren. TDI’s worden op twee manieren toegepast:

  • Spreidend: de toestroom in mootjes hakken en een evenwichtige toestroom realiseren, waardoor het invoegen beter gaat en de afwikkeling op het snelwegennet beter wordt.
  • Beperkend: om de totale hoeveelheid verkeer op de snelweg te beperken, door op de toerit verkeer tegen te gaan.

Over de werking van deze installaties:

  • Op de hoofdrijbaan worden intensiteit en snelheid gemeten per strook, zowel stroomop- als stroomafwaarts.
  • Op de toerit wordt ook de intensiteit stroomopwaarts en stroomafwaarts gemeten, alsmede de aanwezigheid op vier plaatsen en file. File wordt stroomopwaarts gemeten en houdt zowel langzaam verkeer als stilstaand verkeer in. De wachtrijdetectie gebeurt ongeveer tweehonderd meter voor de stopstreep. Voor deze filedetectie wordt een algoritme gebruikt, die snelheid (zoals bij automatische incidentdetectie, AID) en aanwezigheid meeneemt.
maatregel/-categorie regelen/doseren op de hoofdrijbaan
benodigde variabele primair meetgegeven norm criterium waarde criterium
intensiteit passage/tijd uitvalpercentage 1-2%
nauwkeurigheid 98-99%
aggregatie in tijd individueel
aggregatie ruimtelijk rijstrook
dichtheid meetlocaties elke 75 m
installatie-eisen alleen hoofdrijbaan
gemiddelde snelheid snelheid uitvalpercentage 1-2%
nauwkeurigheid 98-99%
aggregatie in tijd individueel
aggregatie ruimtelijk rijstrook
dichtheid meetlocaties elke 75 m
installatie-eisen alleen hoofdrijbaan


maatregel/-categorie regelen/doseren op de toerit
benodigde variabele primair meetgegeven norm criterium waarde criterium
Intensiteit passage/tijd uitvalpercentage 1-2%
nauwkeurigheid 98-99%
aggregatie in tijd individueel
aggregatie ruimtelijk rijstrook
dichtheid meetlocaties elke 75 m
installatie-eisen alleen toeritten
gemiddelde snelheid snelheid uitvalpercentage 1-2%
nauwkeurigheid 98-99%
aggregatie in tijd individueel
aggregatie ruimtelijk rijstrook
dichtheid meetlocaties elke 75 m
installatie-eisen alleen toeritten
aanwezigheid passage uitvalpercentage 1-2%
nauwkeurigheid 98-99%
aggregatie in tijd individueel
aggregatie ruimtelijk rijstrook
dichtheid meetlocaties elke 75 m
installatie-eisen alleen toeritten

VRI

Verkeersregelinstallaties worden geplaatst om een goede verkeersafwikkeling op een kruispunt te garanderen. Bij een voertuigafhankelijke regeling wordt in principe (weliswaar in verschillende vormen) voor alle rijstroken de aanwezigheid gemeten. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor fietsstroken en voetgangers (drukknop). Verder kan het nog zo zijn dat er selectieve detectie plaatsvindt (openbaar-vervoerlijnen). Met deze aanwezigheidsdetectie wordt de regeling gevoed. Verder worden nog wel eens filedetectoren gebruikt. Veelal worden lussen gebruikt. Soms worden deze aangevuld met bijvoorbeeld radar/video. Af en toe wordt snelheid gedetecteerd.

Kwaliteitseisen voor herindeling rijbaanEdit

In zijn algemeenheid is snelheids- en intensiteitsdetectie per rijstrook nodig. Voor bijvoorbeeld een spits-/wisselstrook die buiten werking is, moet worden gedetecteerd of een voertuig aanwezig is.

maatregel/-categorie: herindeling rijbaan (afkruisen, spitsstrook, tegenverkeersysteem, doelgroepstrook, betaalstrook, dyn. dwarsprofiel, wisselstrook)
benodigde variabele primair meetgegeven norm criterium waarde criterium
aanwezigheid passage uitvalpercentage ~0%
nauwkeurigheid 95%
aggregatie in tijd individueel
aggregatie ruimtelijk rijstrook
dichtheid meetlocaties elke 500 m
installatie-eisen alleen hoofdrijbaan; specifieke locatie
intensiteit passage/tijd uitvalpercentage 1-2%
nauwkeurigheid 95%
aggregatie in tijd 1 minuut
aggregatie ruimtelijk rijstrook
dichtheid meetlocaties elke 500 m
installatie-eisen alleen hoofdrijbaan
gemiddelde snelheid snelheid uitvalpercentage 1-2%
nauwkeurigheid 95%
aggregatie in tijd 1 minuut
aggregatie ruimtelijk rijstrook
dichtheid meetlocaties elke 500 m
installatie-eisen alleen hoofdrijbaan

Bronnen Edit

Polman, Voertuigdetectie: wensen en mogelijkheden, Goudappel Coffeng in opdracht van het ministerie van Verkeer en Waterstaat / Rijkswaterstaat Adviesdienst Verkeer en Vervoer, 2002

Ad blocker interference detected!


Wikia is a free-to-use site that makes money from advertising. We have a modified experience for viewers using ad blockers

Wikia is not accessible if you’ve made further modifications. Remove the custom ad blocker rule(s) and the page will load as expected.

Around Wikia's network

Random Wiki